Schrijfprotocol

Inleiding:

Kinderen van dezelfde leeftijd verschillen in motorische ontwikkeling.  Bij het tekenen  in de onderbouw zien we dat sommige kinderen hun bewegingen maken vanuit de elleboog of vanuit de schouder, terwijl ander kinderen al gebruik maken van de bewegingen vanuit de pols en vingers.

Het tijdig signaleren van motorische problemen en problemen in de schrijfhouding zijn van essentieel belang om er voor te kunnen zorgen dat kinderen op een goede wijze worden geholpen als zij vast lopen bij het correct en netjes leren schrijven.

Groep 1 en 2

Bij het leren schrijven is het belangrijk dat de ruimtelijke oriëntatie, grove en fijne motoriek en de oog-hand coördinatie goed ontwikkeld is.

Als een kind in een te vroeg stadium van zijn ontwikkeling moet leren schrijven, dan zal het zijn vingers alleen gebruiken om de pen of potlood vast te klemmen. De eigenlijke beweging komt dan vanuit de schouder.

De bewegingen vanuit de schouder en elleboog zijn langzamer en minder nauwkeurig.  Het schrift van het kind blijft dus traag, onbeholpen en met te veel druk. En het heeft moeite met de ruimte, wat wil zeggen dat het kind het schrijven tussen de lijntjes niet aankan.

Om de motorische ontwikkeling van een kind te begeleiden, zijn er motorische oefeningen ontwikkeld, die aansluiting hebben bij de ontwikkelingsstadia die elk kind doormaakt.

  • a-symmetrische motoriek. Bij zeer jonge kinderen beweegt de ene helft van het lichaam vaak tegengesteld van het andere. Ze kunnen dan bijvoorbeeld een boek op de kop gaan houden. Wanneer de andere bewegingspatronen zich niet voldoende ontwikkelen, kan dit blijven. Je ziet dan dat ze letters als b, p en d moeilijk uit elkaar kunnen houden
  • symmetrische motoriek. Bij kinderen van 4 tot 6 jaar zie je vaak tweehandigheid. De linker en rechterhelft zijn elkaars spiegelbeeld. Deze kinderen weten vaak niet aan welke kant ze moeten beginnen op een bladzijde of in een boek.
  • De twee handen werken nu meer samen en spiegelen elkaar niet meer maar maken elk een andere handeling. Zoals bij knopen dichtmaken en veters strikken. Bij het schrijven zie je nu dat een hand dominant wordt en de andere het papier vast houdt.
  • Er is sprake van een dominante hand als er een goed ontwikkelde duimfunctie is, een goede samenwerking is tussen beide handen, een van de handen actiever is dan de ander en het schrijven/tekenen gebeurd met de voorkeurshand.

Als blijkt dat een leerling zich niet naar verwachting ontwikkelt, neemt de leerkracht contact op met de Intern Begeleider. Als het nodig is wordt met ouders besproken of het verstandig is deze leerling aan te melden bij een fysiotherapeut.

Groep 3

In de kleutergroepen is een start gemaakt met het schrijven. In groep 3 gaat men weer een stapje verder en worden de letters aangeboden. Dit is gekoppeld aan de leesmethode “Lijn 3”. Zo kunnen kinderen de woorden die ze leren met een toepassen. Na het leren van de vloeiende bewegingen, moeten ze deze nu loslaten om losse letters te leren.

Schrijven is, zeker in het begin, een technische vaardigheid. De kinderen moeten de schrijfrichting van een schrijfletter in zich opnemen: welke beweging maak je van beginpunt  tot eindpunt.  Vervolgens moeten ze dit nog overbrengen met hun hand op papier. In groep 3 ligt het accent op het leren schrijven van de ‘kleine’ letter  en eenvoudige, éénlettergreep woorden. De cijfers komen dit schooljaar ook aan bod.

De leerkracht let op een goede schrijfhouding. Beide voeten op de grond, kleine ruimte tussen te tafel en buik, beide armen op tafel en niet voorover buigen over de tafel. Deze houding wordt in de onderbouw aangeleerd. Ook de hantering van het potlood is belangrijk. De kinderen schrijven met een driekantpotlood. Ze moeten het potlood net boven het afgeslepen gedeelte vasthouden tussen duim en wijsvinger. Daarbij ligt het op het kootje net onder het nagelbed van de middelvinger. Bij een verkeerde pengreep kan de leerkracht gebruik maken van een pencil grip of cross over.

Valkuilen die veel voorkomen:  sommige kinderen pakken het potlood vast net boven de punt. Hierdoor buigen ze vaak te ver naar voren. Dit om de punt van het potlood beter te kunnen volgen. Je kunt een elastiekje om het potlood wikkelen. Zo weten ze beter waar ze hem vast moeten pakken.

Sommige kinderen kunnen het potlood niet goed vasthouden. Als kinderen dit moeizaam onder de knie krijgen, kan er hulpgreepje op het potlood worden gezet. Dit zorgt ervoor dat de vingers het potlood op een correcte manier vasthouden.

Mocht aan het begin van groep 3 blijken dat een leerling ondanks de hulp van de leerkracht niet correct leert schrijven, kan de leerkracht , na een gesprek met de IB, er voor kiezen om de leerling door te verwijzen naar een fysiotherapeut. Dit gebeurt in overleg met de ouders. Ook bij twijfel aan links- of rechtshandigheid is dit een optie.

Niet elke leerling zal dit even snel onder de knie krijgen. Rond de voorjaarsvakantie  gaat de leerkracht kijken of er al kinderen zijn die binnenkort met een vulpen kunnen gaan schrijven.

Dit zijn kinderen die vloeiend zonder veel druk op het potlood de letters vlot kunnen schrijven. Als controlemiddel kan de leerkracht de leerlingen op een blaadje met daaronder carbonpapier laten schrijven. Aan de afdruk is af te lezen of er te hard gedrukt wordt tijdens het schrijven.Na de voorjaarsvakantie  kunnen zij beginnen met een vulpen. Dit zal in het begin best lastig zijn. Een vulpen geeft meer tegendruk. Ook de pengreep is nu erg belangrijk. De pen kan anders gaan vlekken. Dit is dan ook een indicatie dat de leerling er toch nog niet aan toe is. Je kunt er dan voor kiezen om terug te grijpen op het potlood. Een vulpotlood (Bic 0.7 mm) is dan een goede optie. Mocht dit niet helpen dan is doorverwijzing naar een fysiotherapeut wenselijk.  Een andere optie is schrijven met een rollerpen. Bijvoorbeeld als de leerling linkshandig is.

Tot de zomervakantie kan een leerkracht steeds meer kinderen laten overstappen naar een vulpen. Dit alleen als duidelijk is dat een leerling hier klaar voor is. De eerste  vulpen krijgen de leerlingen van school. Ouders mogen ook een andere vulpen aanschaffen in overleg met school. Deze moet wel van goede kwaliteit  zijn en er moet een vulpenpunt aanzitten.

Bij het tekenen gebruiken de kinderen wel gewone potloden en geen driekant. Dit kan soms problemen veroorzaken. De leerkracht moet er op deze momenten dus extra alert op zijn dat de kinderen de potloden correct vasthouden.

Bij de overgang naar groep 4 geeft de leerkracht in het leerlingvolgsysteem duidelijk aan als er problemen zijn met het schrijven.

Groep 4

In principe schrijven alle leerlingen in groep 4 met een vulpen. De leerkracht overlegt in het begin van het jaar met de leerkracht van groep 3 over de vorderingen en problemen die de kinderen ondervinden.

Kinderen die rond de herfstvakantie nog niet met een vulpen kunnen schrijven, hebben behoefte aan meer begeleiding. Als na intensieve begeleiding van de leerkracht dit nog niet is gelukt, moeten deze leerlingen worden doorverwezen naar een fysiotherapeut. In overleg zal gekeken worden waar deze leerling het beste mee kan schrijven. De kwaliteit van het schrift is dan ondergeschikt aan het schrijfmateriaal.

Groep 5

Ook in groep 5 wordt er alleen met vulpen geschreven. De leerkracht heeft van de leerkracht van groep 4 doorgekregen waar de kinderen mee mogen schrijven die niet met een reguliere vulpen kunnen schrijven.

Groep 6
In groep 6 schrijven de leerlingen met een vulpen. De leerkracht weet welke kinderen er met een andere pen mogen schrijven en waarom zij niet met de reguliere vulpen kunnen schrijven. Bij vrije opdrachten is er ruimte om ook met andere pennen te schrijven. Het  is aan de leerkracht om te beoordelen of de pen op dat moment geschikt is om mee te schrijven. Het schrift moet vloeiend en goed leesbaar blijven. In het werk dat methodegebonden is, blijven de leerlingen met een vulpen schrijven.

Groep 7
In groep 7 is er in de methode schrijven meer ruimte om met andere pennen te schrijven. De leerlingen kunnen er op deze manier achter komen waar zij fijn, snel en netjes mee kunnen schrijven. De leerkracht bepaalt nog steeds of de pen geschikt is voor deze leerling. Is het schrift niet netjes en vloeiend dan bepaalt de leerkracht waar de leerling mee schrijft. In groep 7 leren we de kinderen het blokschrift aan.  Het doel is dat alle leerlingen het los schrift goed aan leren en dit op een goede manier leren schrijven.

Start schooljaar tot aan de Herfstvakantie: Het aanleren van de losse letters met behulp van het schrift wat hier voor bedoeld is.

Periode tussen de herfstvakantie – einde schooljaar: Schrift waar in elke week een bladzijde wordt geschreven in het losse handschrift. Ook wordt er in de werkboeken en schriften los geschreven.

Er zijn uitzonderingen waar we aparte afspraken mee maken voor het los of aan elkaar schrijven.
Het streven is dat iedereen na de herfstvakantie goed los schrijft. Daarbij is de keuze van schrijfgerei vrij.

Groep 8
In groep 8 is er ook in het andere werk ruimte voor de leerling om te kijken waar hij het beste mee kan schrijven. Ook nu blijft de leerkracht degene die bepaalt waar de leerling uiteindelijk mee zal schrijven. Dit hoeft niet perse een vulpen te zijn. Het vlot en vloeiend schrijven staat hierbij voorop. Het schrift moet snel en leesbaar zijn.

De kinderen hebben in groep 7 het losse handschrift goed aangeleerd. Ze kunnen nu goed los schrijven. In de overdracht wordt aangegeven welke afspraken er met leerlingen zijn

Elke week wordt er een bladzijde van het grote schrift aangeboden en deze wordt goed geschreven in het losse handschrift.  De kinderen schrijven in principe bij alle schrijfactiviteiten los. Tenzij er andere afspraken worden gemaakt. Dit gaat in overleg met de leerling, de leerkracht en ouders.