Schrijfprotocol

Inleiding:

Kinderen van dezelfde leeftijd verschillen in motorische ontwikkeling.  Bij het tekenen  in de onderbouw zien we dat sommige kinderen hun bewegingen maken vanuit de elleboog of vanuit de schouder, terwijl ander kinderen al gebruik maken van de bewegingen vanuit de pols en vingers.

Het tijdig corrigeren van de schrijfhouding is van belang om er voor te kunnen zorgen dat kinderen geholpen worden bij het correct en netjes leren schrijven.

Groep 1 en 2

Bij het leren schrijven is het belangrijk dat de ruimtelijke oriëntatie, grove en fijne motoriek en de oog-hand coördinatie goed ontwikkeld is.

Als een kind in een te vroeg stadium van zijn ontwikkeling moet leren schrijven, dan zal het zijn vingers alleen gebruiken om de pen of potlood vast te klemmen. De eigenlijke beweging komt dan vanuit de schouder. Bewegingen vanuit de schouder en elleboog zijn langzamer en minder nauwkeurig.  Er bestaan motorische oefeningen die kinderen hierbij kunnen helpen.

Als blijkt dat een leerling zich niet naar verwachting ontwikkelt, neemt de leerkracht contact op met de Intern Begeleider. Indien nodig wordt met ouders besproken of het verstandig is de leerling aan te melden bij een fysiotherapeut.

Groep 3

In de kleutergroepen is een start gemaakt met het schrijven. In groep 3 gaat men weer een stapje verder en worden de letters aangeboden. Dit is gekoppeld aan de leesmethode “Lijn 3”. Zo kunnen kinderen de woorden die ze leren met een toepassen. Na het leren van de vloeiende bewegingen, moeten ze deze nu loslaten om losse letters te leren.

Schrijven is, zeker in het begin, een technische vaardigheid. De kinderen moeten de schrijfrichting van een schrijfletter in zich opnemen: welke beweging maak je van beginpunt  tot eindpunt.  Vervolgens moeten ze dit nog overbrengen met hun hand op papier. In groep 3 ligt het accent op het leren schrijven van de ‘kleine’ letter  en eenvoudige, éénlettergreep woorden. De cijfers komen dit schooljaar ook aan bod.

De leerkracht let op een goede schrijfhouding. Beide voeten op de grond, kleine ruimte tussen te tafel en buik, beide armen op tafel en niet voorover buigen over de tafel. Deze houding wordt in de onderbouw aangeleerd. Ook de hantering van het potlood is belangrijk. De kinderen schrijven met een driekantpotlood. Ze moeten het potlood net boven het afgeslepen gedeelte vasthouden tussen duim en wijsvinger. Daarbij ligt het op het kootje net onder het nagelbed van de middelvinger. Bij een verkeerde pengreep kan de leerkracht gebruik maken van een pencil grip of cross over.

Valkuilen die veel voorkomen:  sommige kinderen pakken het potlood vast net boven de punt. Hierdoor buigen ze vaak te ver naar voren. Dit om de punt van het potlood beter te kunnen volgen. Een hulpmiddel kan zijn om een elastiekje om het potlood te wikkelen.

Sommige kinderen kunnen het potlood niet goed vasthouden. Als kinderen dit moeizaam onder de knie krijgen, kan er hulpgreepje op het potlood worden gezet. Dit zorgt ervoor dat de vingers het potlood op een correcte manier vasthouden.

Mocht aan het begin van groep 3 blijken dat een leerling ondanks de hulp van de leerkracht niet correct leert schrijven, kan de leerkracht , na een gesprek met de IB, er voor kiezen om de leerling door te verwijzen naar een fysiotherapeut. Dit gebeurt in overleg met de ouders. Ook bij twijfel aan links- of rechtshandigheid is dit een optie.

Niet elke leerling zal dit even snel onder de knie krijgen. Rond de voorjaarsvakantie beoordeelt de leerkracht welke kinderen al met een vulpen kunnen gaan schrijven. Dit zijn kinderen die vloeiend zonder veel druk op het potlood de letters vlot kunnen schrijven. Een vulpen geeft meer tegendruk.

Ook de pengreep wordt nu belangrijk. De vulpen kan gaan vlekken bij een incorrecte pengreep.  Een vulpotlood (Bic 0.7 mm) kan een goed alternatief zijn. Voor linkshandige kinderen bestaat ook de optie van een rollerpen.

Tot de zomervakantie kan een leerkracht steeds meer kinderen laten overstappen naar een vulpen.  De eerste  vulpen krijgen de leerlingen van school. Ouders mogen ook een andere vulpen aanschaffen in overleg met school. Deze moet wel van goede kwaliteit  zijn en er moet een vulpenpunt aanzitten.

Bij het tekenen gebruiken de kinderen wel gewone potloden en geen driekant. Dit kan soms problemen veroorzaken. De leerkracht moet er op deze momenten dus extra alert op zijn dat de kinderen de potloden correct vasthouden.

Bij de overgang naar groep 4 geeft de leerkracht in het leerlingvolgsysteem duidelijk aan als er problemen zijn met het schrijven.

Groep 4

In principe schrijven alle leerlingen in groep 4 met een vulpen. De leerkracht overlegt in het begin van het jaar met de leerkracht van groep 3 over de vorderingen en problemen die de kinderen ondervinden.

Kinderen die rond de herfstvakantie nog niet met een vulpen kunnen schrijven, hebben behoefte aan meer begeleiding. Als na intensieve begeleiding van de leerkracht dit nog niet is gelukt, moeten deze leerlingen worden doorverwezen naar een fysiotherapeut. In overleg zal gekeken worden waar deze leerling het beste mee kan schrijven. De kwaliteit van het schrift is dan ondergeschikt aan het schrijfmateriaal.

Groep 5

Ook in groep 5 wordt er alleen met vulpen geschreven. Indien een kind niet met een reguliere vulpen kan schrijven, zal dit bij de overdracht naar de nieuwe leerkracht worden besproken.

Groep 6
In groep 6 schrijven de leerlingen met een vulpen. De leerkracht weet welke kinderen er met een andere pen mogen schrijven en wat de reden hiervan is. Bij vrije opdrachten is er ruimte om ook met andere pennen te schrijven. Het  is aan de leerkracht om te beoordelen of de pen op dat moment geschikt is om mee te schrijven. Het schrift moet vloeiend en goed leesbaar blijven. In het werk dat methodegebonden is, blijven de leerlingen met een vulpen schrijven.

Groep 7
In groep 7 is er in de methode schrijven meer ruimte om met andere pennen te schrijven. De leerlingen kunnen er op deze manier achter komen waar zij fijn, snel en netjes mee kunnen schrijven. De leerkracht bepaalt nog steeds of de pen geschikt is voor deze leerling. Is het schrift niet netjes en vloeiend dan bepaalt de leerkracht waar de leerling mee schrijft. In groep 7 leren we de kinderen het blokschrift aan.  Het doel is dat alle leerlingen het los schrift goed aan leren en dit op een goede manier leren schrijven.

Start schooljaar tot aan de Herfstvakantie: Het aanleren van de losse letters met behulp van het schrift wat hier voor bedoeld is.

Periode tussen de herfstvakantie – einde schooljaar: Schrift waar in elke week een bladzijde wordt geschreven in het losse handschrift. Ook wordt er in de werkboeken en schriften los geschreven.

Er zijn uitzonderingen waar we aparte afspraken mee maken voor het los of aan elkaar schrijven.
Het streven is dat iedereen na de herfstvakantie goed los schrijft. Daarbij is de keuze van schrijfgerei vrij.

Groep 8
In groep 8 is er ook in het andere werk ruimte voor de leerling om te kijken waar hij het beste mee kan schrijven. Ook nu blijft de leerkracht degene die bepaalt waar de leerling uiteindelijk mee zal schrijven. Dit hoeft niet perse een vulpen te zijn. Het vlot en vloeiend schrijven staat hierbij voorop. Het schrift moet snel en leesbaar zijn.

De kinderen hebben in groep 7 het losse handschrift goed aangeleerd. Ze kunnen nu goed los schrijven. In de overdracht wordt aangegeven welke afspraken er met leerlingen zijn

Elke week wordt er een bladzijde van het grote schrift aangeboden en deze wordt goed geschreven in het losse handschrift.  De kinderen schrijven in principe bij alle schrijfactiviteiten los. Tenzij er andere afspraken worden gemaakt. Dit gaat in overleg met de leerling, de leerkracht en ouders.